Filmproductiefonds

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
E-mail Print PDF

De voordelen van het Filmproductiefonds t.o.v. het Suppletiefonds

 

1.                  Het beschikbare filmproductiebudget wordt op een evenwichtige wijze verdeeld en gespendeerd. De kans dat halverwege een kalenderjaar ‘de pot leeg is’, is uitgesloten.

2.                  Door de top 5 van de filmproducenten volgens uiterst objectieve criteria geld te geven wordt eindelijk een halt toegeroepen aan de willekeur bij Adviescommissies. Het Suppletiefonds treedt immers pas in werking bij 65% financiering. Die 65% financiering is alleen maar haalbaar wanneer talloze Adviescommissies zich over het filmproject gebogen hebben. Terwijl, en dat is ook een van de uitgangspunten van het Filmproductiefonds, juist de input en expertise van de marktpartijen (distributeur en exploitant) die bedrijfseconomisch risico nemen gewenst is.

3.                  Budgetten staan niet in de verleiding om op volstrekt onnatuurlijke en disproportionele wijze opgehoogd te worden.

4.                  Door de maximering van budgetten wordt de kans op commercieel succes aanzienlijk vergroot.

5.                  Door maximering van budgetten wordt voorkomen dat banken en andere financiële instellingen opeens als een ‘producent’ gaan optreden, vooral en alleen door de verlokking van die 35% zoals het Suppletiefonds die nu hanteert, waardoor ze maar amper in de verleiding komen om doordacht een commercieel succes te produceren.

6.                  Door de top 5 van de filmproducenten geld te geven is de kans op jaarlijks 1 of 2 successen aanzienlijk. Het zijn immers niet al te duur gemaakte publieksfilms, waarbij de producent al heeft bewezen een succes behaald te hebben, en waar bovendien de marktpartijen voldoende potentieel in zien (de distributeur en exploitant).

7.                  Door geen aanspraak te maken op andere Fondsen is alles vanaf de 1e euro te zien als inkomsten. Dus geen ingewikkelde terugbetalingsregelingen. Geen ingewikkelde lijstjes (welke bijdrage geeft het CoBofonds, bij welke bijdrage van een omroep?) etc.

8.                  Dit Filmproductiefonds ontziet de reguliere fondsen, waardoor er meer geld overblijft voor de films die niet in de top 5 staan. Een goeie zaak, niet alleen voor de minder dure films die ons ‘cultureel erfgoed’ bepalen, maar ook voor de ‘duurdere’ films (zoals Zwartboek, De Tweeling, Daens, Kruistocht in Spijkerbroek-achtige films) die wel gebruik kunnen blijven maken van alle fondsen. Het zijn immers duurder gemaakte films, die eveneens ons ‘cultureel erfgoed’ mede bepalen.

9.                  Commerciële filmers en producenten die in de toekomst hun geld willen krijgen uit dit Filmproductiefonds worden gestimuleerd om te proberen in de top 5 te komen. Dit zal de ambitie en competitie ten goede komen, en dus ook de commerciële resultaten.

10.              Door niet vooraf te verkopen aan de televisie kun je voor successen als Kruimeltje en Alles is Liefde dezelfde bedragen vragen als de omroepen betalen voor James Bond en Lord of The Rings (namelijk 5 a 7 ton). Waarom zouden de omroepen voor de Amerikanen de hoofdprijs betalen en de Nederlandse film altijd zien als het spotgoedkope tweedehands kneusje? Waarom zouden de Nationale kaskrakers moeten achterblijven bij het buitenlands product. Door hogere bedragen te betalen voor Nederlandse films, is er automatisch minder product nodig (en dus geld) voor het buitenlands product. Een organische verschuiving van de middelen.

11.              Verkoopkosten (zoals M&E track, vertalingen ed.) zitten niet meer verplicht in productiebudget maar worden door het Filmproductiefonds gefinancierd.

12.              Één van de weinig goede zaken van de CV-regeling komt weer terug: We zien verkoop aan televisie weer als ‘sales’ en niet als een noodzakelijk deel (en dito invloed op de inhoud én rechten op de film) van de financiering.

13.              Door het Filmproductiefonds als collectionaccount op te laten treden, met behulp van lijstjes die aangeven wat iets moet/mag kosten bij verkoop aan derden, beperk je dure saleskosten en zijn de inkomsten zonder ingewikkelde overzichten van producenten zeer inzichtelijk. Ook hebben producenten nu niet (tijdelijk?) geld op hun rekening staan dat gereserveerd dient te worden voor de investeerders. Dus het is niet alleen overzichtelijk en tijd- en kostenbesparend, maar ook handig en het voorkomt dat de producent geld uitgeeft dat hem niet toekomt.

14.              Doordat het Filmproductiefonds zich voor € 50.000 garant stelt voor de kosten van de verkoop van de film, zijn deze ‘sluitpostkosten’ verleden tijd. Deze kosten belasten dus niet het productiebudget. Het stimuleert ook de producent om tijd te investeren in de verkoop van zijn/haar film.

15.              Producenten die deze vorm (€2,5 miljoen voor een publieksfilm) geen interessante vorm vinden (omdat het gewoonweg te weinig geld is), kunnen via de normale, en reguliere weg hun films financieren.

en als laatste:

16.              En die had als eerste genoemd mogen worden: De overheid wil een extra impuls geven aan de filmindustrie volgens 'objectieve' criteria. Het filmproductiefonds, zoals op deze site omschreven, voldoet daar voor 100% aan.