Filmproductiefonds

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

NRC 22 januari 2008

E-mail Print PDF

Bron NRC 22 januari 2008

Amsterdam, 22 jan. Wie is de duurste regisseur van Nederland? Ineke Smits. En wie de goedkoopste? Maria Peters. Wat is het duurste productiehuis van Nederland? Pieter van Huystee Film & TV. En het goedkoopste? Shooting Star. Dat zeggen de cijfers van de Dutch Film Society, een actieplatform van Shooting Star-baas Dave Schram, echtgenoot en producent van Maria Peters.

Enkele weken geleden liet Schram al publiekelijk weten dat het Filmfonds zijn bedrijf zo stelselmatig frustreert, dat hij niet aarzelde van een Berufsverbot te spreken. Shooting Star en Peters krijgen zelden of nooit subsidie, terwijl ze toch verantwoordelijk zijn voor successen als Kruimeltje, de Pietje Bell-reeks en Afblijven.

The Dutch Film Society heeft één enkel doel voor ogen, zo staat het op de website filmproductiefonds.nl: „Het creëren van een volwassen Nederlandse Speelfilmindustrie.” De jongste filmmaatregelen van de overheid, de suppletieregeling, voldoet volgens The Dutch Filmsociety niet. Volgens die regeling kan een film ‘automatisch’ 35 procent van zijn budget van de overheid krijgen, als de producent de overige 65 procent gefinancierd heeft, deels met investeringen uit het bedrijfsleven. Film Society stelt dat zo producenten die „ruim begroten” worden beloond en dat de overheid te weinig let op doelmatigheid.

En daar komt het leukste onderdeel van de website te pas. In rijtjes op basis van Filmfondscijfers, wordt gekeken hoeveel overheidsgeld verschillende producenten hebben gekregen en hoeveel bezoekers hun films hebben getrokken in de afgelopen tien jaar. Volgens die berekening kreeg Pieter van Huystee per bezoeker 7,09 euro subsidie en Shooting Star 49 cent. De grootste subsidie-ontvanger, Idtv, is efficiënter dan Van Huystee, maar daar betaalt de overheid nog altijd 2,81 euro per stoel mee.

Dezelfde berekening wordt losgelaten op de regisseurs. Ineke Smits, die onder meer Magonia maakte, kreeg volgens de optelsom van de Film Society 1,5 miljoen subsidie, haar films trokken 50.000 bezoekers: ruim dertig euro subsidie per stoel. Peters kreeg bijna 1,4 miljoen subsidie, haar films trokken 3,5 miljoen bezoekers: 0,39 cent subsidie per stoel.

Helemaal eerlijk zijn deze berekeningen niet. Smits kreeg de grootste subsidie pas recent en de film die ze daarmee mag maken is nog niet af en kon dus helemaal geen bezoekers trekken. Van Peters zijn ook de bezoekersaantallen opgeteld van films waarvoor ze geen subsidie ontving – en dat is juist de reden waarom The Dutch Film Society is opgericht.